ECLI:NL:RBDHA:2020:3766
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring wegens zicht op uitzetting
Eiser, van Poolse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 9 maart 2020 door verweerder is opgelegd. De rechtbank had de rechtmatigheid van deze maatregel reeds getoetst tot 23 maart 2020 en beoordeelt nu alleen de periode daarna.
Eiser stelt dat door het coronavirus zicht op uitzetting ontbreekt, mede omdat vluchten zijn geannuleerd en hij zich verzet tegen uitzetting. De rechtbank oordeelt dat de uitzettingsbelemmeringen tijdelijk zijn en dat er zicht is op hervatting van geëscorteerde vluchten in mei 2020. Ook is er geen onderbouwing dat detentieomstandigheden de gezondheid van eiser meer schaden dan vrijheidsbeneming buiten detentie.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.P.W. van de Ven en griffier R. Pronk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.