Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De beroepsgrond slaagt niet.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische vreemdeling, is sinds 21 januari 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld, mede in het licht van de coronamaatregelen.
De rechtbank oordeelde dat zij niet verplicht was eiser in persoon te horen vanwege technische en praktische beperkingen door de coronamaatregelen, en dat het telefonisch horen voldoende was. De klachten over de detentieomstandigheden in het detentiecentrum, waaronder het gebrek aan hygiënemaatregelen en het risico op besmetting, zijn volgens de rechtbank niet toewijsbaar aan de maatregel van bewaring zelf maar betreffen het regime binnen het detentiecentrum, waarover de rechtbank geen oordeel kan geven.
Verder concludeerde de rechtbank dat er ondanks de coronamaatregelen nog steeds zicht is op uitzetting naar Tunesië binnen een redelijke termijn. Eiser werkt onvoldoende mee aan het verkrijgen van reisdocumenten, waardoor de maatregel niet onrechtmatig voortduurt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.