ECLI:NL:RBDHA:2020:3655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buitenlandbijdrage Zvw hoger dan Nederlands inkomen niet in strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Eiser, wonende in Duitsland en AOW-gerechtigde, betwistte de herziening van zijn buitenlandbijdrage Zvw voor 2016, die hoger werd vastgesteld dan zijn Nederlandse inkomen. Het CAK stelde dat onder de sinds 1 mei 2010 geldende Verordening (EG) nr. 883/2004 een maximering van de bijdrageplicht niet meer geldt en dat de bijdrage daarom hoger kon zijn dan het Nederlandse inkomen.
De rechtbank overwoog dat de eerdere jurisprudentie (Nikula-arrest) die een maximering voorschreef, niet meer van toepassing is onder de nieuwe verordening. De regelgeving en de Regeling Zorgverzekering zijn niet gewijzigd, maar de uitleg van de toepasselijke artikelen is anders, waardoor een hogere bijdrage is toegestaan.
Eisers beroep op het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen omdat er geen sprake was van een terugwerkende kracht en eiser in redelijkheid rekening had kunnen houden met de gewijzigde gedragslijn. Ook het feit dat niet alle verdragsgerechtigden goed geïnformeerd waren, leidde niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit dat de bijdrage hoger dan het Nederlandse inkomen mocht zijn vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.