ECLI:NL:RBDHA:2020:3581
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De zitting gepland op 17 maart 2020 kwam te vervallen vanwege coronamaatregelen. De gemachtigde van eiser gaf aan niet aanwezig te zijn en verzocht om schriftelijke afdoening. De rechtbank informeerde partijen over het voornemen om de zaak buiten zitting af te doen, zonder dat partijen een zitting wensten.
De rechtbank stelde ambtshalve vast dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betekent dit dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter M. Wolfrat en griffier A. Vranken en zal bij gelegenheid alsnog openbaar worden uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.