ECLI:NL:RBDHA:2020:3349
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken gelegaliseerde geboorteakte en geldig paspoort ondanks bewijsnood
Eiser heeft een verzoek tot naturalisatie ingediend dat door verweerder is afgewezen wegens het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte en een geldig buitenlands reisdocument. Eiser stelde dat hij bewijsnood had vanwege de onmogelijkheid om documenten te verkrijgen uit Zuid-Soedan, zijn vermeende herkomstland, en dat hij zich tot de Zuid-Soedanese autoriteiten had gericht zonder resultaat.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende objectief verifieerbare bewijsstukken had overgelegd waaruit blijkt dat hij alles heeft gedaan om de benodigde documenten te verkrijgen. Hoewel de situatie in Zuid-Soedan ernstig is en er een negatief reisadvies geldt, heeft eiser geen recente, geldige verklaringen van de autoriteiten overgelegd en ook geen gemachtigde ingeschakeld om documenten aan te vragen. De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat het beroep op bewijsnood niet slaagt.
Voorts oordeelde de rechtbank dat het feit dat eiser al lang in Nederland verblijft en goed geïntegreerd is, niet voldoende is om van de beleidsregels af te wijken. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de uitnodiging tot naturalisatie een algemene informatiebrief betrof en toezeggingen van een gemeentemedewerker niet bevoegd waren.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft de legeskosten niet te vergoeden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijsnood en ontbreken van gelegaliseerde documenten.