ECLI:NL:RBDHA:2020:3274
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek maatwerkvoorziening beschermd wonen voor ongedocumenteerde vreemdeling
Eiser, een ongedocumenteerde vreemdeling uit Bosnië, verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen. De staatssecretaris wees dit verzoek af en verwees eiser naar de vrijheidsbeperkende locatie (VBL) voor opvang. Het bezwaar van eiser tegen deze verwijzing werd door de staatssecretaris ongegrond verklaard.
De rechtbank overwoog dat uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat de staatssecretaris mag volstaan met het aanbieden van verblijf in de VBL en dat pas na toelating een arts beoordeelt of extra medische voorzieningen noodzakelijk zijn. Dit is in overeenstemming met de verplichtingen uit artikel 3 en Pro 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Eiser stelde dat voorafgaand aan de verwijzing een individuele medische beoordeling had moeten plaatsvinden en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank verwierp deze stellingen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en verweerder niet verplicht was vooraf een medische afweging te maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht van eiser. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een maatwerkvoorziening beschermd wonen wordt ongegrond verklaard.