ECLI:NL:RBDHA:2020:3026
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.E. Schotte
- E. Kouwenhoven
- S. Bandsma
- Rechtspraak.nl
Kazerne kwalificeert als woning voor overdrachtsbelasting volgens oorspronkelijke bewoningsbestemming
Eiseres, een projectontwikkelaar, kocht een voormalige kazerne die tussen 1896 en 1899 werd gebouwd als woongebouw voor militairen. De rechtbank stelt vast dat de kazerne oorspronkelijk was ingericht voor langdurige bewoning door militairen, met voorzieningen zoals slaapruimtes, keukens en sanitaire voorzieningen. Dit blijkt onder meer uit historische documenten en inschrijvingen in het bevolkingsregister.
Verweerder, de Belastingdienst, betwistte dat de kazerne als woning moet worden aangemerkt en hield vast aan het hogere tarief van 6%. De rechtbank volgt echter de jurisprudentie van de Hoge Raad, die het oorspronkelijke doel van het gebouw als maatstaf neemt voor de kwalificatie als woning. Aangezien de kazerne niet wezenlijk is verbouwd en haar oorspronkelijke aard heeft behouden, is het verlaagde tarief van 2% van toepassing.
De rechtbank wijst de stelling van verweerder af dat militairen slechts tijdelijk verblijven en dat dit de kwalificatie als woning zou verhinderen. Ook het argument dat de wetgever niet had voorzien dat een kazerne als woning zou worden aangemerkt, faalt op grond van de Hoge Raad jurisprudentie. Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van €107.400 overdrachtsbelasting plus proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de kazerne als woning kwalificeert en past het verlaagde tarief van 2% overdrachtsbelasting toe.