ECLI:NL:RBDHA:2020:2901
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening Wav-boete wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Eiseres heeft bij besluit van 7 maart 2016 een boete van €8.000,- opgelegd gekregen wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Na een eerdere afwijzing van bezwaar en het verstrijken van de beroepstermijn, verzocht eiseres in juli 2018 om herziening van het boetebesluit. Verweerder wees dit verzoek af omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
Eiseres stelde dat een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit juni 2018 als nieuw feit moest worden beschouwd, omdat daarin een vergelijkbare zaak werd beoordeeld. De rechtbank oordeelde echter dat rechterlijke uitspraken geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, ook niet als het gaat om een interpretatie van feiten.
De rechtbank vond dat verweerder zich terecht op het standpunt stelde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. Ook was het besluit niet evident onredelijk, mede omdat de feitelijke verhoudingen tussen eiseres en de vreemdeling anders waren dan in de vergelijkbare zaak. Bovendien had eiseres de mogelijkheid tot het aanwenden van rechtsmiddelen niet benut zonder voldoende reden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de Wav-boete is afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden en het besluit is niet evident onredelijk.