ECLI:NL:RBDHA:2020:2665
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening met Italië
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 Vreemdelingenwet Pro 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat hij een geldige Italiaanse verblijfsvergunning heeft, maar kon dit niet met documenten onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de gegevens uit Eurodac.
Eiser voerde aan dat hij niet aan Italië kon worden overgedragen vanwege mensonterende leefomstandigheden en een rapport dat de situatie van asielzoekers in Italië bekritiseert. De rechtbank stelde vast dat het rapport geen wezenlijk ander beeld gaf dan eerdere beoordelingen en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn rechten in Italië zouden worden geschonden. Ook zijn persoonlijke omstandigheden en vrees voor slavernij werden niet voldoende onderbouwd.
Ten slotte merkte de rechtbank op dat de tijdelijke belemmering vanwege het coronavirus geen invloed heeft op de rechtmatigheid van het besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.