ECLI:NL:RBDHA:2020:2417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tweede asielaanvraag Afghaanse homoseksuele vreemdeling wegens onvoldoende aannemelijkheid geaardheid
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, diende een tweede asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege zijn homoseksuele geaardheid niet veilig terug kan keren naar Afghanistan. De eerste aanvraag was reeds afgewezen en in rechte bevestigd. Verweerder achtte de homoseksuele gerichtheid van eiser niet geloofwaardig, mede vanwege summiere en vage verklaringen over zijn gevoelens en relaties.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn conservatieve achtergrond, analfabetisme en timide karakter, en dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om zijn verhaal toe te lichten. De rechtbank oordeelde echter dat het gehoor zorgvuldig was verlopen, met passende tolken en deskundigen, en dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van de verklaringen had beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende concreet kon verklaren over de ontwikkeling van zijn seksuele gevoelens en zijn relaties, en dat de overgelegde ondersteunende stukken niet doorslaggevend waren. Ook de door eiser gestelde problemen in Afghanistan vanwege zijn geaardheid werden niet aannemelijk geacht, mede omdat dit standpunt in eerdere procedures was bevestigd.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om toelating op grond van de Vreemdelingenwet 2000 af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tweede asielaanvraag is ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd.