ECLI:NL:RBDHA:2020:2413
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Rva-verstrekkingen na afwijzing artikel 64 Vreemdelingenwet-aanvraag zonder acute medische noodsituatie
Eiseres, een Nigeriaanse vreemdeling, diende een aanvraag in voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij zij voorlopig uitstel van vertrek kreeg. De staatssecretaris wees de aanvraag af op basis van een medisch advies dat noodzakelijke zorg in Nigeria beschikbaar is en eiseres reisbaar is. Vervolgens beëindigde het COA de verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) per 3 april 2019.
Eiseres voerde aan dat zij recht heeft op voortzetting van de Rva-verstrekkingen zolang een verzoek om voorlopige voorziening loopt en dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die recht op opvang buiten de Rva geven. De rechtbank oordeelt dat het recht op verstrekkingen pas ontstaat indien een voorlopige voorziening wordt toegewezen en dat het verzoek van eiseres was afgewezen. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een acute medische noodsituatie die opvang buiten de Rva rechtvaardigt.
De rechtbank benadrukt dat ook zonder rechtmatig verblijf aanspraak kan worden gemaakt op medisch noodzakelijke zorg buiten de opvang, maar eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat opvang noodzakelijk is voor effectieve medische behandeling. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de Rva-verstrekkingen blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Rva-verstrekkingen wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een acute medische noodsituatie.