Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser, V-nummer [V-nummer]
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
ECLI:NL:RVS: 2003:AI0801). In de uitspraak van 28 februari 2019 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, geoordeeld zoals hiervoor onder 3.1 opgenomen. Voor zover de rechtbank bekend heeft eiser tegen deze uitspraak geen hoger beroep ingesteld. Gelet hierop heeft de uitspraak van 28 februari 2019 kracht van gewijsde gekregen. Dat betekent dat indien in een beroep tegen de nieuwe beslissing op bezwaar beroepsgronden worden aangevoerd die door de rechtbank in die eerdere uitspraak uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn verworpen, de rechtbank van de juistheid van het eerdere gegeven oordeel over die beroepsgrond dient uit te gaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan dus niet meer worden toegekomen aan de beroepsgronden die de gemachtigde van eiser eerst ter zitting naar voren heeft gebracht (zie onder 5) nu die zien op het oordeel van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, zoals in die uitspraak weergegeven onder 3.2.
Stel dat u weg zou moeten, zou hij dan met u meegaan of blijft hij bij [B] en [C] in de woning?