De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming om met haar minderjarige kind te verhuizen van Den Haag naar Overijssel, omdat zij een veiligere en ruimere woonomgeving wil creëren en een nieuw leven wil opbouwen. Zij stelde dat de verhuizing ook voordelen biedt voor haar partner en dat de kinderen beter opgroeien in een groene omgeving met kleinere klassen.
De vader verzette zich tegen de verhuizing. Hij stelde dat de zorgregeling zorgvuldig was vastgesteld en dat de verhuizing zijn rol als betrokken ouder ernstig zou beperken. De reistijd van minimaal twee uur zou het contact tussen vader en kind bemoeilijken en de vader zou geen rol meer spelen in het dagelijkse leven van het kind.
De rechtbank overwoog dat het belang van het kind en de betrokkenheid van beide ouders centraal staan. De huidige zorgregeling voorziet in een nagenoeg gelijkwaardig ouderschap met regelmatig contact. De voorgestelde verhuizing zou leiden tot een aanzienlijke beperking van het contact en de rol van de vader. De belangen van de moeder en haar partner, hoewel begrijpelijk, vormden geen dringende noodzaak voor verhuizing.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.