ECLI:NL:RBDHA:2020:2131
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet voldoen aan middelenvereiste bij aanvraag mvv
Eiser, met de Syrische nationaliteit en momenteel beschermde status in Duitsland, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid van referent, zijn echtgenote. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat referent niet duurzaam over voldoende zelfstandige middelen beschikt om in het levensonderhoud van beiden te voorzien, mede omdat studiefinanciering niet als zelfstandig inkomen wordt gezien.
Eiser stelde dat referent wel voldoende inkomsten heeft en beriep zich op het arrest Chakroun en een huurovereenkomst. Tevens voerde hij aan dat het huwelijk geheim is gesloten en alleen door samenwoning geaccepteerd kan worden, en dat Nederland het meest geschikt is vanwege de integratie van referent. Daarnaast werd gesteld dat verweerder hen ten onrechte niet heeft gehoord in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de studiefinanciering geen zelfstandige bron van inkomen vormt en dat de huurovereenkomst geen ander oordeel rechtvaardigt. Het beroep op Chakroun faalde omdat geen omstandigheden waren gebleken die een uitzondering rechtvaardigen. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro gaf geen aanleiding tot verblijf in Nederland, mede omdat eiser in Duitsland verblijft en het gezinsleven daar kan worden voortgezet.
Ten slotte werd het beroep op schending van de hoorplicht verworpen omdat het redelijk was om af te zien van horen in bezwaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan het middelenvereiste en geen schending van artikel 8 EVRM.