ECLI:NL:RBDHA:2020:1929
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting op grond van openbare orde bij gezinshereniging
Verzoeker, een Roemeense staatsburger, heeft een verblijfsvergunning aangevraagd voor verblijf als familie- of gezinslid van een Nederlandse partner. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd op grond van het openbare orde-criterium, gebaseerd op een strafrechtelijke veroordeling voor mishandeling in mei 2019. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze weigering en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die uitzetting zou voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het EU-burgerschap van verzoeker en het Nederlanderschap van de referent de toepasselijkheid van de Gezinsherenigingsrichtlijn niet in de weg staan. De mishandeling en opgelegde taakstraf werden als voldoende ernstig beoordeeld om het verblijf te weigeren. De belangenafweging, zoals voorgeschreven in de richtlijn en het Vreemdelingenbesluit, was naar het oordeel van de rechter adequaat uitgevoerd door verweerder.
Verzoekers argumenten over disproportionaliteit, geestesstoornis, en het vertrouwensbeginsel werden niet gevolgd wegens gebrek aan onderbouwing of onjuiste toepassing. Ook de vermeende risico's door de coronabesmetting in Roemenië werden onvoldoende aannemelijk gemaakt. De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar weinig kans van slagen heeft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting vanwege de spoedeisendheid en het belang van partijen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens openbare orde werd afgewezen.