Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser/verzoeker] ,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Overwegingen
Beslissing
de rechter is verhinderd
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige bij een bakkerij. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarde van inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, essentieel voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten.
Eiser was per 1 februari 2020 uitgeschreven als vennoot uit de onderneming, waardoor hij niet aan deze voorwaarde voldeed. De rechtbank verwierp het verweer dat het ingenomen paspoort een belemmering vormde, aangezien eiser zelf had gekozen zich uit te schrijven uit het Handelsregister. Verweerder mocht afzien van het horen van eiser omdat het bezwaar geen nieuwe feiten bevatte die tot een ander besluit konden leiden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.