ECLI:NL:RBDHA:2020:15094
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Duitse autoriteiten wegens coronarisico
Verzoeker, een Nigeriaanse asielzoeker, maakte bezwaar tegen zijn voorgenomen overdracht aan Duitse autoriteiten op 1 december 2020. Hij vreesde besmetting met COVID-19 tijdens het vervoer in een DV&O-busje en stelde dat dit in strijd was met artikel 8 juncto Pro 3 EVRM.
De voorzieningenrechter overwoog dat de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag bij Duitsland ligt, hetgeen onherroepelijk is vastgesteld. Ook is het beroep tegen de inbewaringstelling ongegrond verklaard. Verzoekers argumenten over een lichter middel en regulier verblijfsrecht via een vriend werden niet gevolgd omdat deze buiten de procedure vallen.
Verweerder stelde dat bij het vervoer alle noodzakelijke maatregelen tegen COVID-19 worden genomen, wat voldoende aannemelijk is gemaakt. De voorzieningenrechter achtte het coronarisico niet zodanig dat dit overdracht zou moeten verhinderen. Het beroep op het arrest Hurtado faalde omdat de situatie wezenlijk verschilt.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht aan Duitsland wegens coronarisico is afgewezen.