ECLI:NL:RBDHA:2020:15033

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 november 2020
Publicatiedatum
27 augustus 2021
Zaaknummer
NL20.12926
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 VwArt. 30b VwArt. 31 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit ondanks EU-Vis gegevens

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, waarbij hij stelde afkomstig te zijn uit de Democratische Republiek Congo en een specifieke identiteit te hebben. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat uit het EU-Vis systeem bleek dat eiser een andere identiteit en nationaliteit had, namelijk Keniaans, en eiser geen identiteitsdocumenten of overtuigend bewijs heeft geleverd die deze gegevens weerspreken.

Tijdens de zitting heeft eiser betoogd dat het EU-Vis systeem niet onfeilbaar is en dat hij veel gedetailleerde kennis heeft van zijn vermeende geboortestreek, maar de rechtbank oordeelde dat deze stellingen onvoldoende concreet en overtuigend waren. Ook de medische beperkingen van eiser, zoals vermeld in het FMMU-advies, zijn in de procedure meegewogen.

De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht uitging van de juistheid van de EU-Vis gegevens en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze onjuist zijn. Verder was verweerder niet verplicht om nader onderzoek te doen, aangezien eiser zelf geen pogingen had ondernomen om de gegevens te betwisten.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit en nationaliteit van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.12926
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. G.T. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 november 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen mevrouw A. Umwizeye.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Identiteit en nationaliteit
1. Eiser stelt [naam 1] te zijn, uit de Democratische Republiek Congo (DRC) afkomstig te zijn en te zijn geboren op [2001] .
De relevante elementen van het asielrelaas
2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
  • identiteit, nationaliteit, etniciteit en herkomst;
  • problemen met de Kikuyu wegens zijn etniciteit in Kenia;
  • problemen met de Mai Mai militie in de DRC.
Het bestreden besluit
3. Verweerder heeft de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit, etniciteit en herkomst ongeloofwaardig geacht. Uit dactyloscopisch onderzoek in EU-Vis, een Europees registratiesysteem voor vreemdelingen, is gebleken dat op basis van de vingerafdrukken van eiser, de door hem gestelde identiteit en nationaliteit niet overeenkomen met de gegevens zoals bekend in EU-Vis. Uit het EU-Vis systeem blijkt namelijk dat eiser niet [naam 1] , geboren op [2001] in [plaats] te DRC is, maar dat hij [naam 2] , geboren op [1990] met de Keniaanse nationaliteit is. Verweerder stelt zich hierbij op het standpunt dat eiser geen identiteitsdocumenten heeft overgelegd en dat hij ook geen overtuigende verklaringen heeft afgelegd waaruit blijkt dat de gegevens in EU-Vis niet juist zijn. Daarom gaat verweerder uit van de gegevens die zijn geregistreerd in het EU-Vis systeem. Verder stelt verweerder dat tijdens de gehoren rekening is gehouden met de persoon van eiser en met de inhoud van het advies van de Forensisch Medische Maatschappij Utrecht (FMMU). De door eiser gestelde problemen met de Kikuyu wegens zijn etniciteit in Kenia en de problemen met de Mai Mai militie in de DRC acht verweerder eveneens ongeloofwaardig, omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. Volgens verweerder komt eiser niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw in samenhang met artikel 30b, eerste lid, onder c en e, van de Vw.
Het standpunt van eiser
4. Eiser kan zich niet met het bestreden besluit verenigen. Hij voert aan dat hij in de zienswijze reeds heeft betoogd dat de registratie in het EU-Vis systeem niet zo waterdicht is als verweerder kennelijk aanneemt. Dit is relevant omdat eiser bijzonder veel details heeft kunnen benoemen over het gebied waar hij stelt vandaan te komen. Uit openbare bronnen blijkt dat deze informatie correct is. Voorts stelt eiser dat het ook niet logisch is dat hij daadwerkelijk in het bezit zou zijn geweest van een Keniaans paspoort en visum, omdat eiser per schip naar Nederland is gekomen. Verder is van belang dat zich geen kopie van het paspoort of van het visum in het dossier bevindt. Volgens eiser zijn er bijzonder veel indicaties die erop wijzen dat de gegevens zoals die zijn geregistreerd in EU-Vis niet kloppen. Verweerder had op een eenvoudige manier nader onderzoek kunnen doen. Dit heeft verweerder ten onrechte nagelaten. Verweerder had om die reden niet zonder meer de gegevens in EU-Vis aan het besluit ten grondslag mogen leggen en het besluit is volgens eiser daarmee onvoldoende gemotiveerd.
Voorts stelt eiser dat verweerder geen rekening heeft gehouden met het FMMU-advies, waarin staat dat de geheugenfunctie van eiser duidelijk te wensen overlaat.
Het oordeel van de rechtbank
Identiteit, nationaliteit, etniciteit en herkomst
5.1
Gelet op vaste rechtspraak heeft verweerder terecht voorop gesteld dat hij in beginsel uit mag gaan van de juistheid van gegevens in EU-Vis en dat het aan eiser is om aan te tonen dat in zijn geval deze informatie onjuist is.1
Voorts kan de rechtbank verweerder volgen in zijn standpunt dat eiser hier niet in is geslaagd, omdat hij geen concrete en objectieve informatie heeft overgelegd waaruit zou kunnen blijken dat de gegevens in EU-Vis onjuist zijn.
1 Zie de uitspraak van de ABRvS van 28 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:661, r.o. 3.
De stelling van eiser dat het EU-Vis systeem fraudegevoeliger is dan verweerder doet voorkomen, maakt immers niet dat eiser heeft aangetoond dat de betreffende gegevens in EU-Vis in zijn geval onjuist zijn. Het beroep van eiser op de procedure van de vreemdeling met het V-nummer [v-nummer] slaagt niet, omdat de vreemdeling in die procedure – in tegenstelling tot eiser – echt bevonden identiteitsdocumenten heeft overgelegd. Er is dus geen sprake van gelijke gevallen. Ook kan uit een enkel geval niet worden geconcludeerd dat het systeem niet deugt. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat daar meer voor nodig is. De stelling dat het systeem niet onfeilbaar is moge juist zijn, daarom is tegenbewijs mogelijk, maar dat is er dit geval niet.
Voorts is de rechtbank van oordeel dat verweerder ervan uit mag gaan dat het paspoort dat is overgelegd bij de visumaanvraag echt moet zijn bevonden, voordat de Spaanse autoriteiten tot visumverlening zouden zijn overgegaan.2 Verweerder mocht als vaststaand aannemendat het daadwerkelijk eisers vingerafdrukken zijn die in EU-Vis zijn geregistreerd bij de aanvraag van het visum bij de Spaanse autoriteiten. Het ligt op de weg van eiser om, indien hij stelt dat de gegevens in EU-Vis onjuist zijn, uit te leggen hoe zijn vingerafdrukken geregistreerd kunnen zijn in EU-Vis. Zijn ontkenning dat er ooit vingerafdrukken zijn afgenomen in Afrika is niet geloofwaardig. Vingerafdrukken zijn immers uniek en persoonsgebonden, zodat het niet mogelijk is dat iemand anders met de vingerafdrukken van eiser het visum heeft aangevraagd.
Verder heeft verweerder zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser evenmin met zijn verklaringen over zijn gestelde woonomgeving in de DRC en zijn talenkennis zijn gestelde identiteit, nationaliteit, etniciteit en herkomst heeft aangetoond. Verweerder heeft de verklaringen van eiser daarvoor te algemeen en niet overtuigend mogen vinden. Dat hij geen straatnamen weet is niet doorslaggevend geweest. Hij weet ook geen namen van pleinen, scholen, kerken of ziekenhuizen en dat terwijl eiser stelt als 15/16-jarige inmiddels weer meer dan een jaar in zijn geboortestreek in of nabij [plaats] te hebben gewoond. Van hem mocht ook worden verwacht dat hij dan op de hoogte zou zijn van de wijze waarop volwassenen zich in DRC legitimeren. Eiser heeft daarbij zonder voorbehoud over een identiteitsbewijs verklaard en de kiezerspas nergens genoemd, wat in strijd is met de algemeen bekende info uit het AAB.
Ook eisers verklaringen over taalgebruik mocht verweerder te algemeen vinden om hieruit andere conclusies over nationaliteit en identiteit te trekken. Swahili en Engels zijn immers te algemene talen om hieruit iets concreets over afkomst te concluderen omdat ze in meerdere landen worden gesproken. Dat geldt ook voor de verklaringen over het uiterlijk van de Mai Mai.
5.2
Reeds omdat verweerder deugdelijk gemotiveerd de identiteit, nationaliteit, etniciteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig acht, was verweerder niet gehouden nader onderzoek te doen, zoals bijvoorbeeld een taalanalyse of leeftijdsonderzoek. In dit kader had het op de weg van eiser gelegen om zelf nader onderzoek te doen. Zoals hierboven al is overwogen, is het aan eiser om uit te leggen hoe zijn vingerafdrukken en foto in het EU-Vis systeem terecht zijn gekomen. De gegevens in EU-Vis bevatten ook een paspoortnummer en een visumnummer, dus eiser had zelf nader onderzoek hiernaar kunnen doen. Dat dit volgens eiser waarschijnlijk niets zou opleveren, is geen reden om geen poging daartoe in het werk te stellen.
2 Zie de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg van 28 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7056, r.o. 5.
De conclusie van de rechtbank is dan ook dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de gestelde nationaliteit, herkomst, etniciteit en identiteit niet geloofwaardig zijn.
Het asielrelaas
6. Nu eiser zijn gestelde identiteit en nationaliteit alsmede zijn etniciteit en herkomst uit de DRC niet aannemelijk heeft gemaakt, heeft verweerder de gestelde problemen ook niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft dan ook terecht overwogen dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw.
Het FMMU-advies
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende rekening gehouden met hetgeen staat opgenomen in het FMMU-advies betreffende de medische situatie van eiser en op welke manier daar rekening mee zou moeten worden gehouden. Eiser is na de eerste procedure opnieuw gehoord. In de gehoren is rekening gehouden met eisers beperkingen en daarmee heeft verweerder voldoende zorgvuldig gehandeld. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
8. Verweerder heeft de aanvraag af kunnen wijzen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. E. de Jong, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
26 november 2020
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Mr. P.J.M. Mol E. de Jong
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.