ECLI:NL:RBDHA:2020:15029
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid herhaalde asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende meerdere asielaanvragen in, waarvan eerdere vergunningen werden ingetrokken en daaropvolgende beroepen deels gegrond en deels ongegrond verklaard. De huidige procedure betreft een herhaalde aanvraag die door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat geen nieuwe feiten of bevindingen werden aangevoerd.
De rechtbank overweegt dat de door eiser ingebrachte verklaring van de Armeense ambassade geen novum vormt, aangezien deze al eerder in procedures is gebruikt en beoordeeld. Ook de door eiser aangevoerde veranderende veiligheidssituatie in Armenië, gebaseerd op Kamervragen, wordt niet als relevant nieuw feit aangemerkt, omdat er geen beleidswijziging of concrete aanwijzingen zijn dat Armenië niet langer als veilig derde land kan worden beschouwd.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder niet verplicht was eiser te horen over de veiligheidssituatie, omdat eiser zelf geen persoonlijk inzicht kan verschaffen. Eiser's verzoek om toepassing van discretionaire bevoegdheid wordt eveneens afgewezen, omdat de situatie niet schrijnend genoeg is en verweerder dit toereikend heeft gemotiveerd.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van de herhaalde asielaanvraag is ongegrond verklaard.