ECLI:NL:RBDHA:2020:14985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens verblijfsvergunning in Italië
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 16 april 2019 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië aan eiser een verblijfsvergunning had verleend die geldig is tot 30 maart 2023.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij in Italië geen asiel heeft gevraagd, zijn gegevens niet in Eurodac voorkomen en dat het document van de Italiaanse autoriteiten mogelijk vals is. Ook stelde hij dat hij in Italië werd bedreigd en gedwongen een crimineel leven te leiden, waardoor terugkeer onredelijk zou zijn.
De rechtbank overwoog dat de informatie van Italië voldoende actueel en duidelijk was en dat verweerder niet onterecht geen nader onderzoek had verricht. De verklaringen van eiser over het asielverzoek in Italië waren inconsistent en onvoldoende onderbouwd. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, tenzij concrete aanwijzingen het tegendeel bewijzen, en eiser maakte niet aannemelijk dat hij in Italië niet volgens verdragsbeginselen zal worden behandeld.
De rechtbank concludeerde dat eiser een geldige verblijfsvergunning in Italië bezit en dat het redelijk is dat hij daarheen terugkeert. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser een geldige verblijfsvergunning in Italië bezit.