Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de zitting
2.De tenlastelegging
3.De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM)
4.Bewijsoverwegingen
5.De bewezenverklaring
28 juni 2010tot en met 19 juni 2011 te Kwintsheul, gemeente Westland, met [slachtoffer] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] , hebbende verdachte
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte
7.De straf
8.De vordering van de benadeelde partij
€ 15.950,00,bestaande uit een bedrag van € 950,00 aan materiële schade en een bedrag van € 15.000,00 aan immateriële schade, kort gezegd smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente.
€ 5.950,00,zijnde het bedrag van € 950,00 aan materiële schade en een bedrag van
€ 10.000,00, vermeerderd met wettelijke rente, te rekenen vanaf de begindatum van de bewezenverklaarde periode, zijnde 28 juni 2010, tot de dag dat het bedrag is betaald.
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
100 UREN;
50 DAGEN;
deze straf, groot 1 maand, niet ten uitvoer zal wordengelegd als de veroordeelde zich tot het einde van de proeftijd, die
2 jaaris, houdt aan de voorwaarde
[slachtoffer]toe tot het bedrag van
€ 10.000,00, zijnde immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 28 juni 2010 tot de dag waarop de vordering is betaald en veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 0,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
€ 10.000,00,vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 28 juni 2010 tot de dag waarop de vordering is betaald, aan de Staat te betalen ten behoeve van
[slachtoffer];