ECLI:NL:HR:2010:BM4308
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens onvoldoende naleving art. 167a Sv bij minderjarige slachtoffer
In deze zaak staat centraal of het openbaar ministerie (OM) voldoende heeft voldaan aan de inspanningsverplichting uit artikel 167a van het Wetboek van Strafvordering, die vereist dat een minderjarige slachtoffer wordt gehoord over zijn of haar mening omtrent de vervolging.
De verdediging voerde aan dat het OM tekortgeschoten was in deze verplichting, mede omdat het slachtoffer onder druk van haar ouders stond en niet vrijelijk haar mening kon geven. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat het slachtoffer voldoende gelegenheid had gehad haar mening kenbaar te maken via politieverklaringen en een slachtofferverklaring.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen inzicht heeft gegeven in zijn motivering en dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door te stellen dat het uit verklaringen aan politie en anderen voldoende duidelijk was wat het slachtoffer wilde. De Hoge Raad benadrukt dat niet-naleving van art. 167a Sv niet zonder meer leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM, maar dat een belangenafweging moet worden gemaakt of het slachtoffer door het verzuim ernstig is geschaad.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij het hof de motivering over de naleving van art. 167a Sv en de belangenafweging adequaat moet geven.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de naleving van art. 167a Sv.