ECLI:NL:RBDHA:2020:14909
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 24 juli 2020.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een andere zaak op 30 oktober 2020, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De voorzieningenrechter overweegt dat de bodemzaak inmiddels is afgerond met uitspraak in zaaknummer NL20.14562, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemzaak is afgerond.