ECLI:NL:RBDHA:2020:14870

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 oktober 2020
Publicatiedatum
21 juni 2021
Zaaknummer
NL20.17651
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardigheid en veilig land van herkomst

Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij in Marokko bedreigd en mishandeld werd door een vriend vanwege een conflict over een lening en familieomstandigheden. Hij vreesde terugkeer vanwege mogelijke herhaling van deze problemen.

Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat Marokko als veilig land van herkomst geldt en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt. Tevens werd vermoed dat eiser te kwader trouw een identiteits- of reisdocument had vernietigd.

De rechtbank oordeelde dat de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig zijn, maar zijn herkomstverhaal en de problemen met de vriend niet. Eiser kon niet aantonen waarom deze beoordeling onjuist was. Ook de stelling dat bescherming zoeken bij autoriteiten niet mogelijk was, overtuigde niet.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter C. Karman op 20 oktober 2020.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.17651
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. G.W. Mettendaf),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.17652, plaatsgevonden op 14 oktober 2020. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

1. Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [1992] . Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij in Marokko een project is gestart met een vriend ( [vriend] ) en dat hij in verband hiermee € 10.000,- heeft geleend van [vriend] . Vervolgens wilde [vriend] trouwen met de zus van eiser, maar hij werd afgewezen. Eiser kreeg van [vriend] 15 dagen de tijd om de lening terug te betalen. Dit kon eiser niet. [vriend] heeft eiser bedreigd en mishandeld. Eiser durfde niet naar de politie te gaan omdat [vriend] kennissen heeft die bij de politie werken. Eiser heeft Marokko in oktober 2018 verlaten. Hij vreest dat hij bij terugkeer naar Marokko opnieuw problemen krijgt met [vriend] .
2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
  • identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • problemen met [vriend] .
3. Verweerder acht de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig, maar zijn herkomst niet. Verweerder acht de problemen met [vriend] niet geloofwaardig. Verweerder
heeft de aanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat Marokko kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst1. Eiser heeft volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat Marokko ten aanzien van hem persoonlijk zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en niet kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst. Verweerder heeft de aanvraag van eiser eveneens als kennelijk ongegrond afgewezen op de grond dat eiser waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument dat ertoe kon bijdragen dat zijn identiteit of nationaliteit werd vastgesteld, heeft vernietigd of zich daarvan heeft ontdaan2.
5. Eiser voert aan dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Verweerder is in het bestreden besluit ten onrechte bij zijn standpunt gebleven. Eiser heeft aan zijn inspanningsverplichtingen voldaan. Als zijn relaas voor verweerder niet duidelijk was, dan had verweerder moeten doorvragen. Ook verwijst eiser naar wat hij in de zienswijze heeft aangevoerd.
6. De rechtbank overweegt dat eiser met deze stellingen niet duidelijk heeft gemaakt op welke punten het bestreden besluit en het daarin ingelaste voornemen onjuist of onvolledig is en waarom, zodat dit niet tot vernietiging van het bestreden besluit kan leiden.
7. Eiser voert aan dat het geen zin had om bescherming te zoeken bij de autoriteiten in Marokko. Daarnaast kan verweerder niet van hem verlangen dat hij bescherming had gezocht bij de autoriteiten, omdat hij zich in een gevaarlijke situatie bevond en omdat hij het psychisch zwaar heeft.
8. De rechtbank oordeelt dat deze stellingen niet tot vernietiging van het bestreden besluit kunnen leiden omdat deze stellingen geen afbreuk kunnen doen aan het standpunt van verweerder dat de problemen met [vriend] ongeloofwaardig worden geacht. Eiser heeft niet aangevoerd waarom verweerder die problemen ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht.
9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Karman, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
1. Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2 Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 oktober 2020

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.