ECLI:NL:RBDHA:2020:14742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van Algerijnse nationaliteit en veilig land van herkomst Tunesië
Eiser heeft op 3 november 2020 in Nederland een asielaanvraag ingediend waarbij hij aanvankelijk de Tunesische nationaliteit verklaarde te bezitten, maar later tijdens het gehoor stelde dat hij Algerijnse nationaliteit heeft. Hij gaf aan zich als Tunesiër voor te doen vanwege de kans op asielverlening en baseerde zijn aanvraag op economische en medische gronden.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de identiteit en nationaliteit van eiser niet aannemelijk waren gemaakt en Tunesië als veilig land van herkomst geldt. Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij Algerijnse nationaliteit bezit, onder meer ondersteund door registratie in België en indicaties op zijn telefoon.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van zijn Algerijnse nationaliteit. De verklaring in de asielaanvraag dat hij Tunesisch is, mag door de staatssecretaris worden aangenomen. De Belgische registratie is niet doorslaggevend vanwege tegenstrijdige gegevens. Er is geen reden om Tunesië niet als veilig land van herkomst te beschouwen en er is geen aanwijzing dat eiser in Tunesië een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.