ECLI:NL:RBDHA:2020:1458
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.A. Dirks, rechter bij de rechtbank Den Haag, vanwege diens eerdere betrokkenheid bij een klachtenprocedure en een lopend onderzoek door de Nationale Ombudsman. Verzoeker stelde dat deze omstandigheden een risico op partijdigheid opleveren in zijn verzetsprocedure tegen de Belastingdienst.
De wrakingskamer oordeelde dat het enkele feit dat de rechter betrokken was bij een klachtenprocedure onvoldoende is om vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor aan te nemen. Ook het verschil in oordelen tussen deze rechter en collega’s in vergelijkbare zaken en het lopende onderzoek door de Nationale Ombudsman rechtvaardigen dit niet zonder nadere toelichting.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid of de schijn daarvan en wees het wrakingsverzoek af. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.