ECLI:NL:RBDHA:2020:14426

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 augustus 2020
Publicatiedatum
16 maart 2021
Zaaknummer
NL20.9883
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep na intrekking besluit over asielaanvraag wegens Dublinprocedure

Eiser had beroep ingesteld tegen het besluit van 30 april 2020 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling volgens de Dublinverordening.

Verweerder trok het bestreden besluit op 2 juli 2020 in en nam de asielaanvraag alsnog in behandeling binnen de nationale procedure. De rechtbank vroeg eiser of hij het beroep wilde intrekken, maar er werd niet gereageerd.

De rechtbank oordeelde dat eiser geen procesbelang meer had omdat hij met de intrekking van het besluit had bereikt wat hij wilde. Bovendien was de overdracht aan Oostenrijk feitelijk onmogelijk geworden door de coronacrisis, een omstandigheid buiten de macht van verweerder.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en zal, indien nodig, later openbaar worden uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang na intrekking van het bestreden besluit.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.9883
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F. Lavell), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Dijcks).

Procesverloop

Bij besluit van 30 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij brief van 2 juli 2020 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken.
De rechtbank heeft op 17 juli 2020 geïnformeerd of dit voor eiser aanleiding geeft om het beroep in te trekken en verzocht om uiterlijk 24 juli 2020 te reageren. Eiser heeft niet gereageerd.

Overwegingen

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
De rechtbank overweegt als volgt. Omdat verweerder het bestreden besluit van 30 april 2020 heeft ingetrokken, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld om overdracht aan Oostenrijk te voorkomen en verweerder te bewegen hem op te nemen in de nationale procedure.
4. Verweerder heeft in zijn brief van 2 juli 2020 aan eiser te kennen gegeven dat verweerder zijn asielaanvraag in de nationale procedure heeft opgenomen en heeft aangegeven dat het bestreden besluit is ingetrokken.
5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser gelet op het voorgaande geen procesbelang meer bij deze procedure, omdat hij heeft bereikt wat hij wilde met zijn beroep.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Na het bestreden besluit is gebleken dat eiser niet voor het verstrijken van de overdrachtstermijn kan worden overgedragen aan de Oostenrijkse autoriteiten. Verweerder heeft daarom de asielaanvraag van eiser alsnog in behandeling genomen. De overdracht aan Oostenrijk is feitelijk onmogelijk gemaakt door de coronacrisis, welke omstandigheid buiten de macht van verweerder is gelegen en dus niet aan verweerder verweten kan worden. Onder die omstandigheden is er geen sprake van een situatie dat verweerder het bestreden besluit heeft ingetrokken omdat dat onrechtmatig was.1 Daarom bestaat geen aanleiding om verweerder tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Zwijnenberg, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
1 Uitspraken van de ABRvS van 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1816, en 8 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1084.
De uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:
31 augustus 2020

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.