ECLI:NL:RBDHA:2020:14392
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken procesbelang asielzoeker
Eiser, een asielzoeker van Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel ingediend die door de staatssecretaris is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser is vervolgens met onbekende bestemming vertrokken, waardoor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (CoA) meldde dat zijn verblijfplaats onbekend is. De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiser nog een rechtens te beschermen belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
De gemachtigde van eiser gaf aan dat eiser telefonisch had doorgegeven dat hij een inhoudelijke beoordeling wenst, maar er kon niet worden vastgesteld dat de gemachtigde daadwerkelijk contact heeft met eiser of weet waar hij verblijft. Eiser en zijn gemachtigde verschenen niet op de zitting en deden afstand van de mogelijkheid om het beroep nader toe te lichten.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die stelt dat bij vertrek met onbekende bestemming zonder contact te onderhouden met de gemachtigde, moet worden aangenomen dat de asielzoeker geen prijs meer stelt op de bescherming. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde.