ECLI:NL:RBDHA:2020:14384
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van afgeleid verblijfsrecht artikel 20 VWEU
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet, waarbij hij zich beroept op het arrest Chavez-Vilchez en een afgeleid verblijfsrecht ontleent aan artikel 20 VWEU Pro vanwege zijn dochter die de Nederlandse nationaliteit bezit.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser een geldige verblijfsvergunning in Spanje heeft en de dochter daardoor niet gedwongen wordt de EU te verlaten. Eiser voerde aan dat het gezin niet rechtmatig in Spanje kan verblijven en dat hij daarom toch recht heeft op het document.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn dochter niet in Spanje kan verblijven en dat het arrest Chavez-Vilchez alleen ziet op situaties waarin het kind gedwongen wordt de EU te verlaten vanwege het ontbreken van verblijfsrecht van de ouder. Omdat eiser zelf in Spanje verblijfsrecht heeft, is geen sprake van zo'n situatie.
De rechtbank hoeft daarom de afhankelijkheidsrelatie niet te beoordelen en wijst het beroep af. Ook toetst de rechtbank niet aan artikel 8 EVRM Pro omdat dit niet tot afgifte van het gevraagde document kan leiden. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsdocument wordt bevestigd.