ECLI:NL:RBDHA:2020:14328
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtens te beschermen belang bij asielprocedure
Eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende vreemdeling, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 20 juli 2020 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
Tijdens de zitting op 19 augustus 2020, waarbij eiser niet persoonlijk verscheen maar werd vertegenwoordigd door een waarnemer van zijn gemachtigde, kwam aan het licht dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) had gemeld dat eiser op 11 augustus 2020 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde wist niet of eiser nog in Nederland verbleef of waar hij zich bevond.
De rechtbank overwoog op basis van een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (22 februari 2019) dat een vreemdeling die zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt, in beginsel geen prijs meer stelt op de bescherming. Omdat eiser noch zijn gemachtigde kon bevestigen dat hij nog in Nederland verbleef of contact onderhield, concludeerde de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtens te beschermen belang.