ECLI:NL:RBDHA:2020:14326

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 augustus 2020
Publicatiedatum
1 maart 2021
Zaaknummer
NL20.14365
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtens te beschermen belang bij asielaanvraag

Eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende vreemdeling, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de zitting was eiser niet aanwezig maar werd vertegenwoordigd door een waarnemer van zijn gemachtigde.

De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser nog een rechtens te beschermen belang had bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Uit berichten van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) bleek dat eiser op 11 augustus 2020 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde wist niet zeker of eiser nog in Nederland verbleef of waar hij zich bevond.

De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd bepaald dat een vreemdeling die zonder mededeling vertrekt, geacht wordt geen prijs meer te stellen op bescherming. Omdat eiser niet op de zitting verscheen en zijn gemachtigde geen contact kon bevestigen, concludeerde de rechtbank dat eiser geen belang meer had bij de beoordeling van zijn beroep.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Ramsaroep en griffier E. Kersten, en vanwege coronamaatregelen niet openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtens te beschermen belang.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.14365
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Heida),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Hadfy Kovacs).

Procesverloop

Bij besluit van 20 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene asielprocedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van het door eiser
ingediende verzoek, geregistreerd onder het zaaknummer NL20.14366, plaatsgevonden op 19 augustus 2020. Eiser is niet verschenen maar heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.A. Berghuis, zijnde de waarnemer van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Eiser heeft de Oekraïense nationaliteit en is geboren op [1979] .
De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser een rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Bij bericht van 14 augustus 2020 heeft verweerder de rechtbank te kennen gegeven dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) eiser op 11 augustus 2020 met onbekende bestemming (MOB) vertrokken heeft gemeld.
Bij bericht van 17 augustus 2020 heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank te kennen gegeven dat eiser tijdelijk elders verblijft en het beroep wil handhaven. Ter zitting
heeft de waarnemer van eiser toegelicht dat de gemachtigde van eiser naar aanleiding van het bericht van verweerder van 14 augustus 2020 via whatsapp contact heeft gehad met eiser. Daarnaar gevraagd door de rechtbank heeft de waarnemer van de gemachtigde van eiser verklaard dat zij noch de gemachtigde van eiser zeker weet of eiser nog in Nederland verblijft en waar hij verblijft.
6. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 22 februari 20191 volgt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
7. Gezien de omstandigheid dat de (waarnemer van de) gemachtigde van eiser niet weet of eiser nog in Nederland verblijft en waar hij verblijft, de uitspraak van de ABRvS van 22 februari 2019 en de omstandigheid dat eiser zelf ook niet ter zitting is verschenen stelt de rechtbank vast dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem verzochte bescherming en dus geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep.
8. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ramsaroep, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
27 augustus 2020

Documentcode: [documentnummer]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.