ECLI:NL:RBDHA:2020:14260
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken procesbelang na vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat is aanvaard.
Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld, maar verscheen niet op de zitting, noch gaf zijn gemachtigde aan nog contact met hem te hebben. Verweerder stelde dat eiser op 31 juli 2020 met onbekende bestemming is vertrokken, wat werd bevestigd door meldingen van de vreemdelingenpolitie en het COA.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak bij vertrek met onbekende bestemming zonder contact met gemachtigde wordt aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Aangezien eiser en zijn gemachtigde niet hebben gereageerd en niet aanwezig waren, ontbreekt concreet procesbelang.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.