Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 10 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende aanvraag van eiser van 7 december 2018 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw 2000. Daarnaast heeft verweerder bepaald dat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten en is aan eiser een inreisverbodopgelegd voor twee jaar, gerekend vanaf de datum waarop hij Nederland daadwerkelijk heeft verlaten.
Overwegingen
Tweede (en huidige) asielaanvraag
- Een e-mail van Home of Kurds waarin staat dat eiser al geruime tijd hun Koerdische kerkdiensten in Rotterdam bezoekt, van 28 november 2018;
- Kopieën van een aantal processtukken uit Irak (met Engelse vertaling) naar aanleiding van de ontvoering van eisers vrouw en kinderen op 5 januari 2018;
- Bevel tot aanhouding en opsporing van [naam] van 25 september 2018;
- Verklaring van verdachte [naam] van 21 oktober 2018;
- Verklaring van verdachte [naam] van 21 oktober 2018;
- Verklaring van getuige [naam] van 23 september 2018;
- Een verklaring van getuige [naam] van 25 september 2018;
- Aanhoudingsverklaring van [naam] van 11 oktober 2018;
- Verwijzingsbrief getuigenverklaring [naam] van 25 september 2018;
- Notitie van arrestatie en onderzoek van 25 september 2018;
- Verklaring van verdachte [naam] van 21 oktober 2018;
- Verlenging hechtenis van verdachte [naam] tot 28 oktober 2018;
- Verklaring van [naam] , chief of [naam] , over onveilige situatie in regio Sinjar van 26 september 2018.
Het standpunt van verweerder in het bestreden besluit
Het standpunt van eiser
Het oordeel van de rechtbank
“1. De vaste gegevens zijn aangebracht middels een reproductietechniek. 2. De variabele gegevens zijn handmatig op het document aangebracht. 3. Het document is voorzien van een handtekening en inktstempelafdrukken. 4. Het document is voorzien van een vertaling.”.Vervolgens luidt de conclusie onder 2.2:
“Gelet op het gestelde in 2.1 is het document mogelijk niet opgemaakt en afgegeven door een daartoe bevoegde instantie.”.Eiser heeft er terecht op gewezen dat de bevinding dat het document is voorzien van een handtekening en inktstempelafdrukken en dat een vertaling is overgelegd, niet dwingend leidt tot de conclusie dat het document mogelijk niet opgemaakt en afgegeven is door een daartoe bevoegde instantie.
Dat geldt ook voor de documenten onder punt 3 tot en met 8, waarbij ook eerst drie à vier bevindingen worden opgesomd en vervolgens wordt geconcludeerd dat gelet op die bevindingen de documenten mogelijk niet zijn opgemaakt en afgegeven door een daartoe bevoegde instantie. De nadere toelichting van Bureau Documenten neemt die onduidelijkheid niet weg.
De conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050,00.