ECLI:NL:RBDHA:2020:14205
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beëindiging strafzaak wegens langdurige inactiviteit Openbaar Ministerie
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek ex artikel 29f Sv om de strafzaak tegen verdachte te beëindigen vanwege langdurige inactiviteit van het Openbaar Ministerie. Verdachte werd verdacht van medeplegen van zware mishandeling en poging daartoe. Na aanhouding en schorsing voorlopige hechtenis in 2017 volgde nauwelijks onderzoek en geen vervolgingshandeling tot ver in 2019 en 2020.
Herhaalde verzoeken van de verdediging en rechter-commissaris om voortgangsinformatie bleven onbeantwoord. Pas tijdens de raadkamerprocedure in oktober 2020 kondigde het OM een datum voor inhoudelijke behandeling aan. De rechtbank oordeelde dat deze late actie onvoldoende is om de langdurige inactiviteit te rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukte dat artikel 29f Sv niet alleen onzekerheid bij verdachte moet beëindigen, maar ook nodeloze vertraging in strafvervolging moet voorkomen. Gezien de omstandigheden is het onredelijk dat vervolging nog doorgaat en verklaarde de zaak beëindigd. De officier van justitie kon het verzoek niet afwijzen op grond van latere planning van een zitting.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de strafzaak tegen verdachte beëindigd wegens onredelijke vertraging en inactiviteit van het Openbaar Ministerie.