ECLI:NL:RBDHA:2020:14094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en inreisverbod
Eiser, van Guinese nationaliteit, diende op 20 oktober 2019 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris stelde deze aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 30c van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser op 10 en 12 mei 2020 met onbekende bestemming vertrok en zich aan toezicht onttrok. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure bleek dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer had met zijn gemachtigde. De rechtbank overwoog dat volgens vaste jurisprudentie een vreemdeling die zonder contact te onderhouden vertrekt, geen prijs meer stelt op bescherming en dus geen procesbelang heeft.
De rechtbank concludeerde dat er geen rechtens te beschermen belang is bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Ook het feit dat Duitsland een inreisverbod oplegde en het niet-onderbouwde standpunt van eiser maakten dit niet anders. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.