ECLI:NL:RBDHA:2020:13603
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning langdurig verblijvende kinderen wegens openbare orde niet gegrond
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. De staatssecretaris had de aanvraag geweigerd vanwege een contra-indicatie openbare orde, gebaseerd op eerdere veroordelingen van de vader uit 2006 en 2007.
De rechtbank oordeelt dat de Afsluitingsregeling een zelfstandige en uitputtende regeling vormt voor de beoordeling van openbare-ordecounter-indicaties. De staatssecretaris mocht niet terugvallen op het algemene openbare-ordebeleid of de beëindigde Definitieve Regeling. De verjaringstermijn is in de Afsluitingsregeling wel mogelijk, behalve bij toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
Omdat de staatssecretaris ten onrechte het criterium van het bij herhaling plegen van misdrijven zonder wettelijke grond als contra-indicatie heeft gehanteerd, wordt het beroep gegrond verklaard. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit te nemen, waarbij de juiste wettelijke kaders in acht worden genomen. Tevens worden de proceskosten aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.