ECLI:NL:RBDHA:2020:13451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker is op 4 april 2020 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, nam de verweerder alsnog een beslissing. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om de proceskosten te vergoeden.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht de proceskosten kunnen worden toegewezen aan de partij die in het gelijk wordt gesteld. Omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een beslissing nam, is sprake van overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank kent verzoeker een vergoeding toe voor de gemaakte proceskosten, waarbij rekening wordt gehouden met het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en de beperkte aard van het geschil. De vergoeding wordt vastgesteld op €262,50, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege het beperkte onderwerp van het geschil.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter Y. Sneevliet en griffier S.M. Bakker op 19 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.