ECLI:NL:RBDHA:2020:12915
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling wegens gevaar voor openbare orde
Eiser, van Somalische nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier op humanitaire tijdelijke gronden voor medische behandeling aan. Verweerder wees deze aanvraag af wegens gevaar voor de openbare orde, gebaseerd op herhaalde veroordelingen en onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van eiser. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het nationale begrip openbare orde toepaste en niet het Unierechtelijke begrip, omdat het ging om een aanvraag op medische gronden en niet om een terugkeerbesluit.
Eiser voerde aan dat bijzondere omstandigheden zoals zijn psychische klachten en de situatie in Somalië onvoldoende werden meegewogen, maar de rechtbank stelde vast dat verweerder al rekening hield met zijn situatie door uitstel van vertrek te verlenen. De rechtbank vond geen aanleiding om af te wijken van het beleid dat bij herhaalde veroordelingen tot afwijzing leidt.
Ook het beroep op schending van de hoorplicht en het niet opschorten van het inreisverbod werden verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser hoeft geen griffierecht te betalen vanwege betalingsonmacht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning medische behandeling wordt ongegrond verklaard.