ECLI:NL:RBDHA:2017:13516
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel en inreisverbod wegens onvoldoende belangenafweging
Eiser, een Somalische nationaliteit, verblijft sinds 1992 in Nederland en bezit een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Verweerder heeft in 2017 besloten deze vergunning in te trekken en een inreisverbod op te leggen vanwege strafrechtelijke antecedenten van eiser, waaronder delicten gepleegd tussen 2000 en 2016.
Eiser voerde aan dat terugkeer naar Somalië disproportioneel is vanwege zijn langdurige verblijf en privéleven in Nederland, en dat de belangenafweging onvoldoende was gemaakt. De rechtbank stelde vast dat het inreisverbod uitsluitend was gebaseerd op strafrechtelijke veroordelingen, maar dat verweerder onvoldoende had onderzocht of deze antecedenten een actuele bedreiging voor de openbare orde vormden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aandacht had besteed aan het verloop van eisers gedrag en de aard van recente delicten, zoals een softdrugsdelict waarvoor een taakstraf was opgelegd. Hierdoor kon de intrekking van de verblijfsvergunning niet standhouden onder artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing en belangenafweging.