ECLI:NL:RBDHA:2020:1277
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens misleiding over identiteit en nationaliteit
Eiser, een asielzoeker met de Nigerese nationaliteit, diende een asielaanvraag in met het argument dat hij vervolging vreest vanwege zijn homoseksualiteit. Aanvankelijk kreeg hij een tijdelijke verblijfsvergunning op humanitaire gronden, die later werd ingetrokken. Vervolgens wees de staatssecretaris zijn asielaanvraag af als kennelijk ongegrond wegens misleiding over zijn identiteit en het gebruik van verschillende aliassen in Europa.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen overtuigend bewijs leverde van zijn identiteit, mede doordat hij geen originele documenten kon overleggen en geen afdoende verklaring gaf voor de verschillende aliassen die in Eurodac-systemen van Duitsland en Frankrijk zijn geregistreerd. De rechtbank volgde de staatssecretaris in het standpunt dat alleen de verklaringen in Nederland relevant zijn, maar dat ook de buitenlandse gegevens mogen worden betrokken op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet klaarblijkelijk oprechte pogingen heeft gedaan om zijn identiteit aan te tonen en dat de gestelde vrees voor vervolging vanwege homoseksualiteit niet verder hoefde te worden onderzocht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en misleiding.