Uitspraak
REchtbank DEN Haag
[verzoeker] h.o.d.n. [h.o.d.n.] , te [vestigingsplaats] , verzoeker
de burgemeester van Gouda, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
2 december 2020.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker exploiteert een horeca-inrichting waarvoor hij een drank- en horecavergunning had. Na een sluiting van negen maanden op grond van de Opiumwet wegens aantreffen van een handelshoeveelheid hasj, drugshandel in georganiseerd verband en een cash center, heeft de burgemeester de vergunning ingetrokken.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de intrekking en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat de sluiting rechtmatig was en dat verzoeker als leidinggevende verwijtbaar heeft gehandeld door de overtredingen onder zijn verantwoordelijkheid te laten plaatsvinden. Dit vormt slecht levensgedrag in de zin van de Drank- en Horecawet.
De intrekking van de vergunning is daarom terecht en de voorlopige voorziening wordt afgewezen. Ook de exploitatievergunning is op grond van de APV ingetrokken. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de drank- en horecavergunning wordt afgewezen.