ECLI:NL:RBDHA:2020:12209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming niet-ontvankelijk verklaard
Opposante had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Tegen dit besluit was beroep ingesteld, dat kennelijk ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde opposante verzet in tegen deze uitspraak.
Tijdens de zitting verscheen opposante noch haar gemachtigde. De staatssecretaris bracht naar voren dat opposante met onbekende bestemming was vertrokken, wat door de rechtbank werd bevestigd. Volgens vaste jurisprudentie wordt in zo'n situatie aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland, tenzij anders blijkt uit contact met de gemachtigde.
De rechtbank concludeerde dat opposante geen contact onderhoudt met haar gemachtigde en niet is verschenen, waardoor het verzet niet-ontvankelijk werd verklaard. De eerdere uitspraak blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzet van opposante wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt met haar gemachtigde.