Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Oekraïense nationaliteit, werden op 10 augustus 2020 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelden dat de staandehouding onrechtmatig was omdat hun identiteit en verblijfsrecht bekend waren en zij op onjuiste gronden waren overgebracht. De rechtbank constateerde echter een kennelijke schrijffout in het proces-verbaal, waarbij artikel 50 in Pro plaats van artikel 50a Vw was aangekruist, zonder dat eisers hierdoor in hun belangen waren geschaad.
Verweerder voerde aan dat er een concreet risico bestond dat eisers zich aan toezicht zouden onttrekken, mede gezien een eerdere mislukte overdracht aan Duitsland in juli 2019 en het feit dat eisers niet aan hun overdracht wilden meewerken. De rechtbank vond deze gronden voldoende en aannemelijk.
Daarmee oordeelde de rechtbank dat de bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep af. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.