Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Soedanese nationaliteit, werd op 3 augustus 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 7 augustus 2020 opgeheven. Eiser stelde dat hij tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling niet in contact kon komen met de diplomatieke vertegenwoordiging van zijn land, ondanks zijn verzoek daartoe.
De rechtbank onderzocht of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en of eiser recht had op schadevergoeding. Uit het proces-verbaal bleek dat het verzoek van eiser om contact met de ambassade te leggen was doorgegeven aan de DT&V, en verweerder stelde dat ook vanuit afzondering of een observatiecel contact met een regievoerder mogelijk was. Er was geen bewijs dat eiser belemmerd werd in het leggen van contact.
De rechtbank concludeerde dat de gronden voor de bewaring niet waren bestreden en dat geen onrechtmatigheid was vastgesteld. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen wegens gebrek aan onrechtmatigheid.