ECLI:NL:RBDHA:2020:11193
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitstel zienswijze in Dublinprocedure gegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag op 17 augustus 2020 uitspraak gedaan over het beroep van eiser tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit was gebaseerd op de Dublinverordening, waarbij Nederland Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen.
Eiser had verzocht om uitstel voor het indienen van een zienswijze, omdat hij niet was verschenen op een afspraak met zijn gemachtigde om de zienswijze voor te bereiden. Dit verzoek werd afgewezen met verwijzing naar het beleid in de Vreemdelingencirculaire, waarin vijf limitatieve omstandigheden voor uitstel zijn opgenomen. De rechtbank oordeelde dat het niet verschijnen op de afspraak geen bijzondere omstandigheid vormt die uitstel rechtvaardigt.
De rechtbank benadrukte dat het indienen van een zienswijze een essentieel onderdeel is van de besluitvorming, maar dat hier een wettelijke termijn van twee weken geldt. Het bestuursorgaan mag het beleid toepassen en verwijzen naar de Vreemdelingencirculaire, tenzij bijzondere omstandigheden onevenredige gevolgen veroorzaken. Dit was niet het geval, mede omdat niet duidelijk was waarom eiser niet op de afspraak verscheen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier T.R. Oosterhoff - Vos. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek om uitstel voor het indienen van een zienswijze is ongegrond verklaard.