ECLI:NL:RBDHA:2020:11109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing opheffing inreisverbod en uitstel vertrek wegens motiveringsgebrek
Eiser, die sinds 1997 in Nederland verblijft, is een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege ernstige misdrijven tijdens het communistisch bewind in Afghanistan, waaronder foltering en moord. Hij verzocht om opheffing van dit inreisverbod en uitstel van vertrek, maar verweerder wees dit af omdat eiser Nederland niet heeft verlaten en nog steeds een actuele bedreiging vormt voor de openbare orde. De rechtbank stelt vast dat verweerder het persoonlijk gedrag van eiser adequaat heeft beoordeeld en dat eiser geen berouw heeft getoond.
Eiser voerde aan dat zijn terugkeer in strijd is met artikel 3 en Pro 8 EVRM vanwege zijn medische situatie en familieleven, maar de rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie of een reëel risico op ernstige schade. Verweerder heeft bovendien toegelicht dat de fysieke overdracht naar een ziekenhuis in Afghanistan zorgvuldig zal worden geregeld.
De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, waardoor het beroep gegrond wordt verklaard en het besluit wordt vernietigd. Echter, omdat verweerder het besluit van aanvullende motivering heeft voorzien en eiser hiertegen geen slaagkrachtig bezwaar heeft gemaakt, blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de opheffing van het inreisverbod en het verzoek om uitstel van vertrek wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.