ECLI:NL:RBDHA:2020:10753
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking asielbesluit Dublinprocedure
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. Verweerder trok het besluit in nadat bleek dat de overdracht aan Italië vanwege de coronacrisis niet mogelijk was. Verzoeker trok daarop zijn beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overwoog dat intrekking van een besluit niet automatisch betekent dat het bestuursorgaan aan de indiener tegemoet is gekomen in de zin van artikel 8:75a Awb, tenzij het besluit wordt herzien wegens onrechtmatigheid. In deze zaak was de intrekking het gevolg van gewijzigde omstandigheden buiten de macht van de Staatssecretaris, namelijk de coronapandemie.
Daarom was er geen sprake van tegemoetkomen en bestond geen grond om de Staatssecretaris te veroordelen tot proceskostenvergoeding. Het verzoek werd dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter Catsburg en griffier Zwijnenberg, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de intrekking van het besluit niet neerkomt op tegemoetkomen in de zin van de Awb.