ECLI:NL:RBDHA:2020:10513
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens onvoldoende motivering redelijke termijn
Eisers, Syrische familieleden van een referent die een verblijfsvergunning asiel heeft verkregen, dienden meerdere aanvragen in voor gezinshereniging. Eerdere aanvragen werden afgewezen omdat de referent toen nog minderjarig was of omdat de aanvragen niet binnen de wettelijke termijn werden ingediend. Na het arrest A. en S. van het Hof van Justitie van de EU, waarin werd bepaald dat een minderjarige vreemdeling die meerderjarig wordt tijdens de procedure als minderjarig moet worden aangemerkt voor nareis, dienden eisers een nieuwe aanvraag in.
Verweerder wees deze aanvragen af met het argument dat er geen nieuwe feiten waren en dat de aanvragen buiten de driemaandentermijn waren ingediend. Ook voerde verweerder aan dat het gezinsleven tussen broer en zus en de referent niet beschermingswaardig was. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de aanvragen niet binnen een redelijke termijn zijn ingediend, mede gezien de bijzondere omstandigheden en het wachten op het arrest van het Hof.
De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de bestreden besluiten en draagt verweerder op binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de machtigingen tot voorlopig verblijf en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen.