ECLI:NL:RBDHA:2020:10152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen gedeeltelijke openbaarmaking documenten dierenwelzijn op grond van Wob
De zaak betreft een beroep van een veehouderij tegen een besluit van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om documenten over dierenwelzijn gedeeltelijk openbaar te maken naar aanleiding van een Wob-verzoek van een derde partij.
Het primaire besluit van 29 oktober 2018 maakte documenten deels geanonimiseerd openbaar, waarbij delen zwart waren gemaakt om herleidbaarheid tot de veehouderij te voorkomen. De veehouderij maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het ministerie op 2 oktober 2019 ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter had eerder een voorlopige voorziening toegewezen waardoor het bestreden besluit tijdelijk werd geschorst.
De rechtbank stelde vast dat de zichtbare informatie in de openbaar te maken documenten niet zonder onevenredige inspanning tot de veehouderij of het voormalige bedrijf herleidbaar is. De veehouderij had onvoldoende concreet onderbouwd waarom bepaalde informatie niet openbaar mocht worden gemaakt en had bovendien termijnen genegeerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de veehouderij tegen het besluit tot gedeeltelijke openbaarmaking van documenten wordt ongegrond verklaard.