ECLI:NL:RBDHA:2020:10143
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek in octrooizaak binnen VRO-regime wegens ontbreken van vooringenomenheid
In deze civiele procedure tussen Wyeth LLC en Merck Sharp & Dohme Corp. (MSD) heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters van de rechtbank Den Haag. Het verzoek richtte zich tegen drie procedurele beslissingen: het afwijzen van het verzoek om de zaak uit het VRO-regime te verwijderen, het afwijzen van een verzoek tot verlenging van de pleittijd en het voorlopig niet weigeren van stukken van MSD.
De wrakingskamer oordeelde dat deze beslissingen procedurele aard hebben en dat wraking niet kan worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen tussenbeslissingen. De motivering van de beslissingen was begrijpelijk en bevatte geen aanwijzingen van vooringenomenheid. Ook het feit dat in eerdere vergelijkbare zaken anders werd beslist, leidt niet tot het oordeel dat sprake is van partijdigheid.
Verder werd het argument van verzoeker dat de woordkeuze ‘monopolist’ in plaats van ‘octrooihouder’ een negatieve lading heeft en vooringenomenheid bevestigt, verworpen omdat een octrooihouder feitelijk een monopolist is en deze term niet in de wrakingsbeslissing stond.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen (schijn van) vooringenomenheid bestaat en wees het wrakingsverzoek af. Het proces wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid van de rechters.